Wist u dat? Muurgedicht Leningrad

Sinds 1997 is het gedicht Leningrad (1930) van Osip Mandelstam te vinden op een muur aan de Haagweg 29 in Leiden. Het is het 55e muurgedicht dat door de Leidse Stichting TEGEN-BEELD is gerealiseerd. Wilt u weten wat er staat?

Dwars door gedicht loopt een verticale, licht schuine rode baan. Dit is een uitvergroting van het signatuur van Ben Walenkamp. Toen dit gedicht in 1997 werd aangebracht, werkten Walenkamp en schilder Jan Willem Bruins (signatuur: het spinnetje rechtsonder) al vijf jaar aan het realiseren van gedichten op muren in Leiden. De rode baan is een eerbetoon van Bruins aan zijn compagnon. Dat de grote rode diagonaal juist bij een Russisch gedicht verscheen, is geen toeval gezien Walenkamps voorliefde voor Russische poëzie uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Leuk detail: toen het muurgedicht werd geplaatst, woonden er mensen in het pand waarvan een grootouder in Rusland geboren was.

LENINGRAD, gedicht in het Nederlands

Terug in de stad mij tot tranen bekend,
In het merg, in het bloed tot het laatste bekend.
Je bent weer terug, dus je vreet je meteen
Door de levertraanmist van de avonden heen.
Zorg dat je de dag van december herkent,
Boosaardige teer is met eigeel gemengd.
Petersburg! En mijn sterven wordt uitgesteld:
Ik heb nog zovelen niet opgebeld.
Petersburg! Ik heb menig adres in mijn boek
Waarmee ik de stem der gestorvenen zoek.
Ik woon driehoog achter in kommer en kwel,
En schrik me te pletter bij iedere bel.
Terwijl ik mijn dierbare gasten verwacht,
Rammelend aan mijn deurketting, ied’re nacht

Vertaling: Vertaalgroep Leidse Slavisten

muurgedicht Haagweg

Waar gaat het gedicht over?

Osip Mandelstam, één van de grote Russische dichters van de twintigste eeuw, keert in dit gedicht terug naar Leningrad, de stad die hij zo goed kent dat die hem ‘in het merg, in het bloed’ zit. Het is december en dus zijn de dagen kort. Het bruin-gelige kleurenpalet van de zwakke winterzon roept herinneringen op aan de levertraan die hij als kind kreeg, de teerlucht van de haven.

Mandelstam denkt aan andere tijden: Leningrad heette nog Petersburg, zijn vrienden waren nog gewoon te bereiken op hun telefoon of adres maar zijn inmiddels opgepakt. Zelf leeft hij nu ook in armoede en angst, de aders op zijn slapen kloppen van spanning. Ieder moment kunnen er ‘dierbare gasten’ voor de deur staan, die met deurkettingen als boeien bewegen zoals hij in het Russisch schrijft: de gevreesde geheime politie die aan de deur komt om hem in de boeien te slaan.

Vorm

De kracht van dit gedicht zit gedeeltelijk in de vorm. Met slechts enkele metaforen (eigeel: de zon? Teer: de kleur en geur van de havenstad?) schildert hij een kleurenpalet waardoor je de winterse stad voor je ziet en zijn wanhoop en verdriet ervaart. Technisch is het een knap gedicht, omdat het ritme zo regelmatig is. Leningrad bestaat uit zeven strofen van ieder twee regels. Iedere regel bestaat weer uit vier anapesten, ofwel vier keer achter elkaar onbeklemtoonde lettergreep-onbeklemtoonde lettergreep-beklemtoonde lettergreep. Daar doorheen heeft hij herhaling gevlochten: woorden als terugkeer en Petersburg komen in het Russisch twee keer terug. De strakke structuur zorgt ervoor dat het niet alleen inhoudelijk sterk is, maar ook krachtig klinkt.

Gedicht in het Russisch: ЛЕНИНГРАД

Я вернулся в мой город, знакомый до слез,
До прожилок, до детских припухлых желез.
Ты вернулся сюда, так глотай же скорей
Рыбий жир ленинградских речных фонарей,
Узнавай же скорее декабрьский денек,
Где к зловещему дегтю подмешан желток.
Петербург! я еще не хочу умирать!
У тебя телефонов моих номера.
Петербург! У меня еще есть адреса,
По которым найду мертвецов голоса.
Я на лестнице черной живу, и в висок
Ударяет мне вырванный с мясом звонок,
И всю ночь напролет жду гостей дорогих,
Шевеля кандалами цепочек дверных.

Bron: muurgedichten.nl, uitgelichte foto door Anoesjka Minnaard

Reacties

reacties