Over vroeger en nu, oudere buurtgenoten aan het woord, deel 3

Een interview met mevrouw Riek Blansjaar-Segaar, een oudere ex-buurtgenote.

Mevrouw Riek Blansjaar-Segaar
Mevrouw Riek Blansjaar-Segaar

Riek Blansjaar-Segaar: “Haagweg Noord daar liggen mijn roots en mijn hart”

Mevrouw Riek Blansjaar-Segaar is geboren in de Schimmelstraat op nummer 4. In 1948 is de familie Segaar verhuisd naar de Genestetstraat 51. In december 1965 trouwde Riek met Henk Blansjaar. Toen zijn ze voor 3 maanden de buurt uit geweest (naar de Jan Paulushof). Maar Riek had zo’n heimwee naar Haagweg Noord, dus keerde ze terug naar de Potgieterlaan 26. Daar hebben ze 3 jaar gewoond en toen verhuisden ze naar de Toussaintkade 11A. Op dit adres kreeg de familie Blansjaar hun tweede dochter Jolanda. Ze hebben op dit adres zo’n 12 tot 13 jaar gewoond. De familie kreeg een huis aangeboden in de Alexanderstraat en daar dachten ze toen te gaan wonen. Maar ze zijn daar uiteindelijk niet gaan wonen, want bij Riek sloeg de heimwee weer toe, ze trok het geestelijk niet om uit Haagweg Noord weg te gaan, dus een woningruil en de familie Blansjaar ging wonen in de Nicolaas Beetsstraat 14A.

In 1975 werden de huizen gerenoveerd en dus verhuisden ze weer, nu naar de Genestetstraat 108A.
Daar woonden Henk en Riek tot hun lichamelijke toestand niet meer toeliet dat ze een trap op moesten naar hun bovenwoning. Dus ruilden ze met de buren en gingen wonen op nummer 94. Daar woonden ze tot de sloop-, nieuwbouwplannen van Woningbouwvereniging de Sleutels aan de orde waren. Daardoor moesten ze wederom uit de buurt verhuizen. Op dit moment lijdt Riek weer aan grote heimwee naar Haagweg Noord.

Dochter Jolanda
Dochter Jolanda

Over vroeger
Riek vertelt: “Vroeger was het erg gezellig in de buurt, iedereen praatte met iedereen en was er voor elkaar. Je kon je deur gewoon open laten staan. En je kon leuk spelen in de buurt. Mijn vader (meneer Kees Segaar) organiseerde wielrennen in de buurt. Hij knipte bloemen uit de tuin en de 1e drie kregen een bosje bloemen. Als kind speelde ik met alle buurtkinderen. We liepen busje (blikjes met touwtjes er aan), speelde met de diabolo en we hoepelden.”

Oorlogstijd
Riek herinnert zich:
“In de oorlog moesten de lichten uit, want dan was er een razzia. Ze zochten dan verzetsmensen.
Mijn vader was nog eens op stap met een mudje kolen en toen kwamen de Duitsers en moest ie in de Potgieterlaan (het water) springen. Maar de kolen kwamen thuis.
Er waren in die tijd geen honden en katten meer in de buurt. Ik weet nog dat iemand een hond slachtte om op te eten.
En er werd ook nog eens een koe gestolen van Boer Stoel. Die ging bij iemand in de keuken en die bond de koe aan de keukenkast. De koe deed een flinke koeienvlaai op de grond en vervolgens trok ze zich los. De hele keukenkast kwam van de muur bij die mensen. Ze hebben toen de koe maar weer los gelaten, want ze was niet te houden. Ook werd de melk uit de melkbussen bij Boer Stoel gestolen om de kinderen in de buurt nog iets te ‘eten/drinken’ te geven. Dat ging toen zo in die tijd.”

Speeltuin
“In de speeltuin werd er vroeger met Koninginnedag van alles gedaan zoals fietsen versieren, praalwagens met een muziekkorps en dan door de buurt. Toen was ome Wim Schreuder nog portier. Hij was echt een schat, hij deed alles voor de buurtkinderen en organiseerde vele leuke dingen. Meneer Lardee was kapper en heeft de speeltuin geopend, want hij was ooit begonnen met een speeltuin in zijn achtertuin.”

Tuintjes
“Woningbouwvereniging Ons Belang controleerde elk jaar de tuintjes van de huurders. De tuintjes stonden er toen altijd schoon en gezellig bij. Degene met de mooiste tuin kreeg van de woningbouwvereniging een bak met plantjes.”

Verschil vroeger en nu
“Vroeger kon je alles tegen elkaar zeggen, je kende elkaar goed. Nu kun je niets meer zeggen, want dan is er al snel ruzie. Ook kon je vroeger je deur gewoon open laten staan en nu kan dat niet meer. Ook moet nu je fiets op slot want anders is je fiets weg.

Vroeger was er saamhorigheid en kon je bij iedereen bijvoorbeeld suiker lenen. Nu is de saamhorigheid grotendeels verdwenen. Alleen bij de mensen van vroeger kun je nog binnen lopen.”

Toekomstwens
“Ik zou heel graag terugkeren in de buurt, desnoods kruipend. Maar of dat nog gaat lukken?… Mijn roots en mijn hart liggen echt in Haagweg Noord! Iedereen in de buurt wens ik veel geluk!”


Reacties

reacties